Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Sacrament voor grote kinderen
titel : Sacrament voor grote kinderen
datum : 4 januari 2009
volledige onderwerp : Zondag 28 & 29
Download deze preek.

Preek over HC zondag 28 & 29
(Niezijl/Grijpskerk, 01-12-02 (voorbereiding HA); Grootegast, 19-01-03; Sauwerd, 30-3-03; Rijnsburg, 4-7-04; GZR, 28-11-04 (voorbereiding HA); GCS, 27-8-06; Hoofddorp, 3-9-06; opnieuw bewerkt voor Den Ham, 4-1-09 (voorbereiding HA))

Ps.116:1,3,7 (Den Ham: Gez.160)
Ps.65:2,3 (v.m.)
Lied 333 :1,2,4,5 (melodie : Ps.140) (na dopen Niek Wolters)
L Ex.12,1-28
[Lied 203:5,6,7 ]
T HC zondag 28 & 29 (v&a 75, 77a, 78)
Ps.34:3,5 (middenzang)
L Mc.10,13-16 (middenlezing)
Gez.90
Gez.179a (n.m.)
Gez.79:5,6 (na collecte)

Jongens en meisjes,

Hebben jullie ook zo’n zin in volgende week? Volgende week? Wat was er volgende week ook maar weer? Nou, avondmaal, natuurlijk! We gaan feest vieren. Want we zijn blij met de Here Jezus. Hij heeft zijn leven voor ons gegeven. Hij zei tegen zijn Vader: “Geef Mij de schuld maar van alles wat de mensen verkeerd gedaan hebben. Straf Mij maar. Maar spaar hen. Al moest Ik voor ze sterven. Doe met Mij wat U wilt. Als zij maar mogen leven”. Zoveel hield de Here Jezus van ons. Dat had Hij allemaal voor ons over. Voor jou en voor mij. Dat gaan we volgende week weer vieren.
Vandaag is er alleen maar een preek. Daar snap je niet altijd even veel van. Als de preek over een spannend verhaal uit de Bijbel gaat, dan wil het nog wel. Soms onthoud je een voorbeeld dat de dominee in zijn preek gebruikt. Dat weet je nog als je thuiskomt uit de kerk. Maar verder is het best wel moeilijk. Dan hebben jullie het volgende week een stuk makkelijker. Als de dominee een stukje brood in tweeën breekt, dan snappen ook jullie wel wat dat betekent. Dat brood, dat slaat op het lichaam van de Here Jezus. Zoals dat brood gebroken wordt, zo is ook het lichaam van de Here Jezus gebroken, toen de Romeinen Hem aan een kruis vastspijkerden. Ook schenkt de dominee de avondmaalsbeker vol met wijn. Dat vind je misschien wel spannend om naar te kijken. Hoe lang zou de straal deze keer worden? Zou dominee deze keer er per ongelijk naast gieten? Nou, dat is gelukkig nog nooit gebeurd. Maar ik heb wel de spetters in mijn bijbeltje zitten. En het tafellaken moet na afloop wel in de was. Je snapt wel, daar gaat het natuurlijk niet om. Want die wijn, dat slaat op het bloed van de Here Jezus. Zoals de dominee de wijn in die beker schenkt, zo heeft de Here Jezus zijn bloed vergoten. Het bloed liep uit zijn handen en zijn voeten, toen de Romeinen er spijkers dwars doorheen geslagen hadden. Dat brood en die wijn betekenen dus dat de Here Jezus verschrikkelijk veel pijn gehad heeft. Is dat niet verschrikkelijk? Ja, doet moet vreselijk geweest zijn voor Hem. Maar voor ons is het toch heel mooi. Want omdat de Here Jezus zijn lichaam en bloed voor ons gegeven heeft, mogen wij voor altijd leven met God leven. Zelfs als je verkeerde dingen gedaan hebt, blijft God niet boos op je. Want Hij heeft de Here Jezus er al voor gestraft. Ja, ook voor de dingen waar jij andere mensen verdriet mee doet: je ouders, je broers en zussen, je klasgenoten. Ja, ook als je God zelf verdriet gedaan hebt met wat je gedaan hebt, mag je toch altijd bij Hem terugkomen. Dat brood en die wijn, dat slaat dus op het werk dat de Here Jezus ook voor jou gedaan heeft.
Toch mogen jullie volgende week niet meedoen. Als we de schaal met brood aan elkaar doorgeven mogen jullie er geen stukje afpakken. Dat weten jullie al wel. Maar de eerste keer stond je toch raar te kijken. Soms roept één van de kinderen: “Ik wil ook!” Dan geeft de vader of moeder zo’n kind maar gauw een pepermuntje. Iedereen zit stil een beetje lachen. Jij zelf misschien ook wel. Maar toch, waarom worden jullie nou overgeslagen? Zo’n preek, die is best wel moeilijk. Het avondmaal snap je tenminste: de Here Jezus heeft zijn lichaam en bloed ook voor mij gegeven. Maar juist dan geven de grote mensen elkaar maar gauw de schaal met brood en de beker met wijn aan. Dat is me ook wat.
Jullie kunnen dus volgende week alleen maar toekijken. Iedereen is doodstil. Alle aandacht is gericht op het eten van het brood en het proeven van de wijn. Dat moet wel iets heel bijzonders zijn. Wat zou je voelen, als je dat brood eet en die wijn drinkt. Zou je dan helemaal warm van binnen worden? Zou je ineens voelen hoeveel de Here Jezus van je houdt? Van sommige mensen zou je dat wel zeggen. Ze hebben de ogen dicht. Omdat ze nergens door afgeleid willen worden. Ze gaan er helemaal in op. Aan anderen merk je niks. Ze kijken net zo vrolijk of net zo chagrijnig als altijd. Hoe lang zou dat avondmaal werken? Merk je er nog wat van als je thuis komt? Zijn je ouders dan toch anders? Heb je het idee dat ze iets heel bijzonders meegemaakt hebben? Praten ze anders? Doen ze anders? Wat zou er me ze gebeurd zijn?

Nou, ik zou zeggen: vraag het je ouders volgende week maar eens. “Was het fijn om avondmaal te vieren? Waarom dan?” Misschien vinden ze het helemaal wel niet leuk dat ik dit tegen jullie zeg. Denken ze: “Daar gaat ons rustige koffiedrinken na kerktijd”. Maar de Here zelf zou het heel mooi vinden als je je ouders de oren van het hoofd vroeg. Dat staat in het stuk dat we uit de Bijbel gelezen hebben. Dat ging over het Pascha. Op dat feest vierden de Israëlieten de uittocht uit het land Egypte. Dan aten ze brood dat niet had kunnen rijzen. Dat was omdat ze zo snel moesten vertrekken, dat er geen tijd was om gewoon brood te bakken. Dat brood doopten ze in bittere kruiden. Zeg maar: brood met sambal erop. Zo scherp, dat de tranen je in de ogen sprongen. Helemaal niet lekker. Maar zo lekker was het in Egypte ook niet. De Egyptenaren hadden hen daar afgebeuld. Door brood met sambal te eten wisten ze weer hoe zwaar ze het gehad hadden. Maar de Here had de Egyptenaren gestraft. In de nacht voor de uittocht was er een engel door het land gegaan die het oudste kind in elk gezin gedood had. Alleen in het stuk waar de Israëlieten woonden was dat niet gebeurd. Tenminste, als ze het bloed van een lammetje aan de deurposten van hun huizen gesmeerd hadden. Door elk jaar het paaslam te slachten en op te eten konden de Israëlieten nooit vergeten ze het alleen aan Gods liefde voor hen te danken hadden dat Hij hen gespaard had. Want op zich waren ze geen haar beter dan die Egyptenaren. Maar wat de betekenis van dat brood, van die kruiden, van dat lam was, dat kon je als kind natuurlijk alleen snappen als je ouders het je uitlegden. Anders dacht je: waarom eten we vanavond van dat vieze brood, en dan ook nog eens met van die vieze kruiden erop. Nou, zei de Here, vraag het je ouders maar. Misschien praten ze anders wel niet zo vaak met je over Mij. Maar nu moeten ze wel.
Bij de joden gaat het nog steeds zo. Daar moet de jongste zoon van elk gezin vragen: Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden? Anders eten we ook niet zulk brood met zulk beleg. Waarom dan nu wel? Moeder is dagen van te voren al met haar jongste zoontje aan het oefenen. Want het is natuurlijk niet de bedoeling dat hij gaat roepen: “Hè bah, dat brood en die kruiden, dat lust ik niet!” Moeder heeft een heleboel voorwerk van het paasmaal. Het hele huis moet schoongemaakt worden, het eten moet klaargemaakt worden en de tafel zo mooi mogelijk gedekt. Maar het belangrijkste is dat haar jongste goed uit zijn woorden komt. Want het gaat bij de paasmaaltijd om het verhaal van de Here die hen uit Egypte bevrijd had. Dat verhaal moet verteld worden. Dan pas gaan het teken van dat ongezuurde spreken.
Zo is het nog steeds. Ook al is dat stukje brood van het Pascha is iets anders gaan betekenen. Want de Here Jezus zei: “Als jullie in het vervolg het Pascha vieren, denk dan niet aan Egypte, maar denk aan Mij. Ik geef aan dit stukje brood een nieuwe betekenis. Het betekent niet langer: Weet je nog wel hoe snel we voor de uittocht moesten eten?, maar het betekent vanaf nu: Weet je nog wel hoeveel de Here Jezus van ons houdt? Maar verder is er niks veranderd.
Nog steeds wil de Here graag dat je je ouders vraagt: Waarom was deze zondag anders dan andere zondagen? Anders hebben we een lange preek. Nu maar een hele korte. Anders valt er in de kerk alleen iets te horen. Nu ook wat te zien. Waarom is dat? Dan zullen ze je over de Here Jezus vertellen. Hij houdt ook van jou. Hij stierf ook voor jou. “Ook voor mij?” Ook voor jou. “Maar dan wil ik ook meedoen”. Dan moet je misschien nog een paar jaar geduld hebben. Maar als je aan je ouders merkt hoeveel zij van de Here Jezus houden, dan ga je zelf ook steeds meer van Hem houden. Want dat kind dat voor zijn beurt roept: “Ik wil ook!”, dat heeft het het beste begrepen.

[zingen: Ps.34:3,5 / lezen: Mrc.10,13-16]

Broeders en zusters,

Het zou me niets verbazen als u in dit tweede deel van de preek antwoord verwacht op de vraag die bij het luisteren naar het eerste deel bij u gerezen is: en waarom laten wij onze kinderen dan niet toe tot de viering van het avondmaal? Het antwoord daarop luidt over het algemeen: omdat kinderen nog niet in staat zijn bij zichzelf na te gaan, of ze het lichaam wel onderscheiden. De apostel Paulus schrijft immers in het schriftgedeelte dat in het klassieke avondmaalsformulier aangehaald wordt: “Maar ieder beproeve zichzelf en ete dan van het brood en drinke uit de beker. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt” (1Kor.11,28.29).
Calvijn heeft naar aanleiding van deze woorden opgemerkt: “Indien slechts zij op waardige wijze aan het Avondmaal kunnen deelnemen, die de heiligheid van het lichaam van Christus behoorlijk kunnen onderscheiden, waarom zullen wij dan aan onze tere kinderen vergif uitreiken voor levendmakend voedsel?” Dat is nogal wat. Calvijn zegt hier immers mee dat we onze lieve kinderen zouden vergiftigen met het brood en de wijn. Zij kunnen immers de heiligheid van het lichaam nog niet onderscheiden en zouden zich dus een oordeel eten en drinken.
Ik vind dat schokkend. Hier wordt het beeld opgeroepen dat je een groot risico loopt door avondmaal te vieren. Je kunt er lelijk je vingers branden. Ja, meer dan dat. Dan is het inderdaad maar beter de kinderen buiten levensgevaar te houden. Maar ondertussen is er een nog groter kwaad geschied. Avondmaal vieren wordt hier beschreven als iets dat zo gevaarlijk is, dat je wel erg zeker van jezelf moet zijn wil je je daar nog aan wagen. Dan is de vreugde van de avondmaalsviering in de kiem gesmoord. Hoe je na zulke zware worden nog in feeststemming moet raken is mij een raadsel. Bovendien wordt door Calvijn de indruk gewekt dat je pas aan het avondmaal deel mag deelnemen als je genoeg kennis hebt. Kennis van Gods woord en kennis van jezelf. Met deze zware hypotheek zitten wij nog steeds opgezadeld. Want het moment van de viering is maar kort vergeleken met het formulier dat eraan voorafgaat. We moeten eerst een heleboel weten voor we eindelijk avondmaal mogen vieren. Er zijn zelfs mensen die de indruk wekken dat het formulier nog belangrijker is dan het avondmaal zelf. Want als er eens zo’n nieuw, kort formulier gebruikt wordt, dan hebben zij voor hun gevoel toch niet echt avondmaal gevierd.
Raar is dat. Ik heb altijd geleerd dat onze goede God, omdat Hij met ons onverstand en de zwakheid van ons geloof rekening houdt voor ons de sacramenten heeft ingesteld. Zo opent tenminste artikel 33 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Anders gezegd: wij begrijpen het evangelie vaak niet en willen het vaak ook niet begrijpen. Maar God slaat ons onze smoezen uit handen. Hoezo begrijp je mijn evangelie niet? Hoezo wil je het niet begrijpen? Hier, een brokje brood en een slokje wijn. Zo zeker als dit brood voor je ogen gebroken en je deze beker gegeven wordt, zo zeker heeft mijn Zoon zijn lichaam voor jou in de dood gegeven en zijn bloed vergoten, zegt de Catechismus in vraag en antwoord 75. Duidelijker kan het toch niet? Maar onder invloed van Calvijn zijn wij gaan denken dat het avondmaal te moeilijk is voor kinderen. Hun kennis van Christus en van zichzelf is nog onvoldoende. Nou, dat zal waar zijn. Maar dat geldt evenzeer voor de volwassenen. Bij de viering van het avondmaal brengt God het evangelie echter tot de essentie terug: Hier, mijn Zoon, voor jou. Zo eenvoudig is uiteindelijk het evangelie. Een kind kan het begrijpen. Want Christus heeft het avondmaal niet ingesteld om het moeilijker te maken. Integendeel. Hij heeft het ingesteld om ons in ons onverstand en de zwakheid van ons geloof tegemoet te komen.

Waarom laten we de kinderen dan niet toe tot de viering van het avondmaal? Het is, denk ik, beter om de vraag om te keren: waarom laten we de volwassenen wél toe tot de viering van het avondmaal? Op die vraag is maar één antwoord mogelijk: omdat wij het afgeleerd hebben om kind te zijn. De afhankelijkheid van onze ouders zijn we kwijtgeraakt sinds we geleerd hebben op eigen benen te staan. Maar daarmee staan we slecht voorgesorteerd voor het Koninkrijk der hemelen. Door de poort van dat Rijk kun je alleen naar door met het onbegrensde vertrouwen dat een kind heeft in zijn vader. Zoals de Here Jezus zegt in het stukje dat we net lazen: “Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan”. (In de Nieuwe Bijbelvertaling staat helaas: “Wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan”, maar het moet toch echt zijn: Wie het niet ontvangt als een kind”)
Als Jezus de kinderen in het midden plaatst is dat maar niet om de volwassenen te vertederen: “Moet je eens zien hoeveel Jezus van kleine kinderen houdt”. Jezus, de kindervriend. Nee, dan waarschuwt Hij de volwassenen: Als jullie je niet bekeren en worden als de kinderen zullen júllie het zeker níet binnengaan”. Jezus zegt dus niet: “De kinderen horen er óók bij”, maar Hij zegt: “Als jullie niet worden als de kinderen horen jullie er zeker níet bij”. Dit ontroerende tafereeltje is dus zo ontroerend niet. Het draait weliswaar om de kinderen, maar het gaat over volwassenen, die van hun voetstuk gehaald worden.
De aanstoot van dat, op het eerste gezicht zo zoetsappige verhaal over Jezus die de kinderen zegent is voor ons niet minder dan de discipelen. Dan denk ik niet alleen aan mensen die het eigenlijk maar niks vinden dat er in de kerk wat wat meer aandacht aan de minderen gegeven wordt. Die aanstoot geldt ons allen. Jezus’ onderwijs komt immers hier op neer, dat onze kinderen óns moeten opvoeden, en niet wij hen. Doopleden leren belijdende leden avondmaal vieren.
Wat is dat nou voor dwaasheid? Dat is toch de wereld op z’n kop? Inderdaad. Het is de wereld op zijn kop, als Jezus zegt: “Voorwaar, Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan” (Mc.10,15). Hoe ontvang je het hemelrijk als een kind? Kijk maar eens naar een kindje als het gedoopt wordt. Aan Niek Wolters kunnen wij een voorbeeld nemen. Hè? Maar zo’n kindje doet toch niks? Daarom juist. Hij kan het evangelie alleen maar ontvangen.
Want dát is nu wat we bij de viering van het avondmaal doen: de beloften van de vergeving van de zonden en het eeuwige leven ontvangen als een kind. We komen weer thuis bij een Vader die zijn kinderen voedt. Volwassenen worden weer kind. Grote mensen worden weer klein. Mensen die druk zijn met hun levensonderhoud maken zich ineens geen zorgen meer. Ze jagen door de week achter van alles en nog wat aan. Maar aan de avondmaalstafel zeggen ze: “De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets. Goed beschouwd heb ik alles al wat mij hartje begeert. Dit is het: God die alles voor mij over had om me weer thuis te krijgen. Dit is het. De rest komt later wel”.

Ja, dat zegt u, als u volgende week dat brokje brood van de schaal en dat slokje wijn uit de beker neemt: “Dit is het, de rest komt later”. Jazeker, tijdens de viering van het avondmaal is niet alleen God aan het woord. U bent in het avondmaal net zo goed aan het woord. Zoals Paulus zegt in het woord dat door de Catechismus aangehaald wordt in vraag en antwoord 77: “Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt”. In een gewone zondagse eredienst verkondigt de dominee de dood des Heren als de enige grond van ons heil. Maar aan het avondmaal wordt de verkondiging door alle belijdende leden voor hun rekening genomen. Die heten dan ook niet voor niks belijdende leden. Niet: belijdenis gedaan hebben de leden, maar belijdende leden. Want ze doen op dat moment belijdenis van hun geloof in Jezus als degene in wie ze alles gevonden hebben wat ze nodig hebben.
Daarin zit er een verschil tussen de doop en het avondmaal. Terecht wijst de catechismus in vraag en antwoord 78 op de overeenkomst die er bestaat tussen de doop en het avondmaal: bij de doop wordt het water niet veranderd in het bloed van Christus en bij het avondmaal de wijn niet. Maar er is ook een verschil. Bij de doop is alleen de Here aan het woord. Maar bij het avondmaal niet. Je kunt je slechts láten dopen, maar je kunt je niet het avondmaal laten bedienen. God reikt je brood en wijn aan en zegt: “Hier, mijn Zoon, voor jou”. Maar je moet die tekenen van zijn liefde wel zelf uit zijn hand aannemen: “Ja, uw Zoon, voor mij. Dat is voor heel mijn leven, ja voor de dood genoeg” (Lied 341:1).

Is dat bij u ook zo, broeders en zusters? Hebt u aan de Here Jezus echt genoeg?

Hebt u die vaste grond gevonden,
waarin uw anker eeuwig hecht:
de dood van Christus voor de zonden,
van eeuwigheid als grond gelegd? (Lied 440:1)

Als u nu moet toegeven dat u behoefte hebt aan meer zekerheden dan u in het avondmaal aangereikt worden? Kom dan toch naar het avondmaal. Dat is een bevel! Terecht is dat het eerste wat de Catechismus over het avondmaal zegt: “Christus heeft mij bevolen tot zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en uit deze beker te drinken”. Want bij de instelling van het avondmaal zei Hij: “Doe dit tot mijn gedachtenis”. Christus wil je je andere zekerheden blijkbaar afnemen. Hij wil dat je zegt: “Here, u bent mijn alles”. Hij wil echter niet alleen graag dat je dat tegen Hem zegt, Hij geeft je dit bevel ook om ook weer tegen jezelf te zeggen: de Here is mijn alles. Dat is net als met bidden. Je praat tegen God, maar alleen al door tegen Hem vragen wat je nodig hebt voel je je al gesterkt. Want je beseft dat er Iemand is die naar je luistert en dat is al heel wat. Door met Hem in contact te treden haal je zelf de band met hem weer nauwer aan. Zo is het ook met de viering van het heilig avondmaal. Door je hand uit te strekken naar brood en beker maak je jezelf weer klein. En dat is een goed gevoel: een klein kind zijn bij een groot Vader. En je zegt thuis tegen je kinderen: “Pappa, mamma is ook weer kind geworden”.

Amen.